Arbeidsmigratie
Hiermee wordt bedoeld: ‘de ambities rond de kenniseconomie en een zeker in de hogere regionen, internationale arbeidsmarkt vragen een daarop toegesneden arbeidsmigratiebeleid’.
In de agenda ‘Limburg Talentrijke Regio’ en de Versnellingsagenda wordt veelal gesproken over de ontwikkeling van de kenniseconomie en het aatrekken van hoger opgeleiden om aan deze ontwikkeling te voldoen. Specifiek wordt hierbij genoemd dat:
• Jong talent vertrekt: “De inzet op kennis en innovatie en technologische vernieuwing creëert wel nieuwe banen, maar kennelijk onvoldoende om te voorkomen dat veel jong talent Limburg verlaat. Uit onderzoek van de UM blijft dat veel jongeren wegtrekken met als reden het ontbreken van geschikte hoogwaardige banen en denaamonbekendheid van grote bedrijven”.
• Geringe instroom uit het buitenland waarneembaar: “In de praktijk komt nog niet veel terecht van de als onderdeel van de Lissabon-strategie bepleitte flexibiliteit en mobiliteit: EU-burgers zouden overal in Europa aan de slag moeten kunnen. De Europeaan blijkt erg gehecht aan zijn streek. De grenzen voor mensen uit Oost-Europa gaan bovendien in Nederland nog maar traag open.
• (Eu)regionale potenties onbenut blijven: “De werking van de euregionale arbeidsmarkt wordt voor een belangrijk deel belemmerd door het ontbreken van voldoende wederzijds erkenning van diploma’s, de verschillende financieringssystematiek van het onderwijs en de nationale wetgeving op het terrein van werk en inkomen”. Hoewel, zoals ook verwoord in Pieken in de Delta, Limburg als onderdeel gezien wordt van de driehoek Eindhoven, Leuven en Aken, wordt hier in de praktijk nog niet voldoende resultaat uit gehaald.
Overigens, biedt de euregionale ligging en de Eindhoven-Leuven-Aken-lijn nog steeds een uitstekend voordeel voor het aantrekken van internationale kenniswerkers naar deze regio. Het buitenland is immers topografisch gezien dichtbij. Limburg biedt als regio dus bij uitstek mogelijkheden om te werken aan arbeidsmigratie, een van de kwadranten van TTOA.
